Dagen van Herinnering

Dutch · Bahá'u'lláh

Ziyarat-Namih (Tablet of Visitation) BH02307

Add range:

*(Deze Tafel wordt gelezen bij de graftomben van Baha’u’llah en Bab , en wordt ook vaak gebruikt bij Hun gedenkdagen.)

De lof die vanuit Uw verhevenste Wezen is verschenen en de glorie die vanuit Uw luisterrijkste Schoonheid is voortgekomen ruste op U, o Gij die de Manifestatie van Grootheid zijt, en de Koning van Eeuwigheid, en de Heer van allen die in de hemel en op aarde zijn! Ik betuig dat door U de soevereiniteit van God en Zijn heerschappij, en de majesteit van God en Zijn grootheid zijn onthuld, de Dagsterren van aloude pracht hun luister in de hemel van Uw onherroepelijk gebod hebben verspreid, en de Schoonheid van de Ongeziene helder schijnt boven de horizon der schepping. Ik betuig bovendien dat Uw uitdrukkelijk bevel “Weest Gij” met slechts één beweging van Uw Pen is voltrokken, Gods verborgen Geheim is onthuld, al het geschapene tot leven is geroepen en alle Openbaringen zijn neergezonden. Ik getuig bovendien dat door Uw schoonheid de schoonheid van de Aanbedene is ontsluierd, door Uw gelaat het gelaat van de Begeerde heeft geschenen, en dat Gij met één woord van U tussen al het geschapene hebt geoordeeld, waardoor zij die U zijn toegewijd naar de top van heerlijkheid opstijgen, en de ongelovigen in de diepste afgrond vallen. Ik getuig dat hij die U kent God kent, en dat hij die Uw tegenwoordigheid bereikt de tegenwoordigheid Gods bereikt. Groot is daarom de gelukzaligheid van hem die in U en in Uw tekenen gelooft, die zich voor Uw soevereiniteit verootmoedigt, de eer geniet U te ontmoeten, het welbehagen van Uw wil verwerft, zich rond U beweegt en voor Uw troon heeft gestaan. Wee hem die tegen U zondigt en U verloochent, Uw tekenen afwijst, Uw soevereiniteit ontkent, tegen U opstaat, zich voor Uw aangezicht verhovaardigt, Uw bewijzen betwist, van Uw bewind en Uw heerschappij wegvlucht, en tot de ongelovigen wordt gerekend wier namen door de vingers van Uw bevel op Uw heilige Tafelen zijn gegrift. Laat dan, o mijn God en mijn Geliefde, uit de rechterhand van Uw barmhartigheid en Uw goedertierenheid de heilige adem van Uw gunsten tot mij komen, dat zij mij van mijzelf en van de wereld mag wegvoeren naar de hoven van Uw nabijheid en van Uw tegenwoordigheid. Machtig zijt Gij te doen naar Uw behagen. Gij zijt waarlijk oppermachtig over alle dingen. Het gedenken van God en Zijn lof, en de heerlijkheid van God en Zijn luister rusten op U, o Gij die Zijn schoonheid zijt! Ik getuig dat het oog der schepping nimmer heeft gerust op iemand zo verguisd als Gij. Gij waart alle dagen van Uw leven ondergedompeld in een oceaan van beproevingen. Er was een tijd dat Gij geketend en geboeid waart; andermaal werd Gij bedreigd door het zwaard van Uw vijanden. Ondanks dit alles hebt Gij toch alle mensen bevolen na te komen hetgeen U werd voorgeschreven door Hem die de Alwetende, de Alwijze is. Moge mijn geest een offer zijn voor het onrecht dat Gij hebt ondergaan en mijn ziel een losgeld voor de tegenspoed die Gij hebt verduurd. Ik smeek God, bij U en bij hen wier gelaat is verlicht door de pracht van het licht van Uw aangezicht, en die uit liefde voor U al wat hun werd bevolen zijn nagekomen, om de sluiers die tussen U en Uw schepselen zijn gekomen weg te nemen, en mij te voorzien van het goede van deze wereld en de wereld die komen gaat. Gij zijt in waarheid de Almachtige, de Verhevenste, de Alglorierijke, de Immervergevende, de Meedogendste. Zegent Gij, o Heer mijn God, de goddelijke Lotusboom en zijn bladeren, zijn takken, zijn twijgen, zijn stammen en zijn uitlopers, zolang Uw voortreffelijkste namen en Uw verhevenste eigenschappen blijven bestaan. Bescherm hem dan tegen het kwaad van de aanvaller en de legers van tirannie. Gij zijt, in waarheid, de Almachtige, de Krachtigste. Zegent Gij eveneens, o Heer mijn God, Uw dienaren en Uw dienaressen die U bereikt hebben. Gij zijt waarlijk de Almilddadige, Wiens genade oneindig is. Geen God is er buiten U, de Immervergevende, de Edelmoedigste.

BH03262 BH03262

Add range:
O Gij, Wien te gedenken de zielsverrukking is van allen die naar U hunkeren, Wiens naam de jubelende vreugde is van allen die zich geheel aan Uw wil wijden, Wiens eer en lof wordt gekoesterd door hen die Uw hof nabij zijn, Wiens gelaat het vurige verlangen is van allen die Uw waarheid erkennen, Wiens beproeving de genezing is van hen die Uw Zaak omhelzen, Wiens bezoeking het hoogste verlangen is van hen die bevrijd zijn van alle gehechtheid aan eenieder buiten U! Verheerlijkt, onmetelijk verheerlijkt zijt Gij, in Wiens hand de heerschappij ligt over al hetgeen in de hemelen en op aarde is. Gij die door een enkel woord uit Uw mond alle dingen hebt doen vergaan en uiteenvallen en die, door weer een ander woord, al wat gescheiden was hebt samengevoegd en herenigd! Verheerlijkt zij Uw Naam, o Gij die macht hebt over allen die in de hemelen en allen die op aarde zijn, Wiens heerschappij alles omvat wat in de hemel van Uw Openbaring en in het koninkrijk van Uw schepping bestaat. Niemand kan U evenaren in de door U geschapen rijken; niemand kan zich in het heelal dat Gij hebt gevormd met U meten. Geen enkel verstand heeft U begrepen en geen enkel menselijk streven heeft U bereikt. Ik zweer bij Uw macht! Zou iemand al die tijd dat Uw eigen Wezen voortduurt op welke wieken ook door de onmetelijkheid van Uw kennis zweven, dan nog was hij niet bij machte de beperkingen die de vergankelijke wereld hem stelt te overstijgen. Hoe kan dan zulk een mens zijn vlucht pogen te nemen naar de sferen van Uw verhevenste tegenwoordigheid? Hij die zijn machteloosheid erkent en zijn zonden belijdt is waarlijk met inzicht begiftigd, want mocht enig schepsel, wanneer hij voor de oneindige wonderen van Uw Openbaring staat, aanspraak maken op enig bestaan, dan was een dergelijke godslasterlijke aanmatiging gruwelijker dan enige andere misdaad in alle gebieden van de door U vormgegeven schepping. Wie is er, o mijn Heer, die, wanneer Gij de eerste schittering van de tekenen van Uw alles te boven gaande soevereiniteit en macht openbaart, de kracht heeft voor zichzelf enige vorm van bestaan op te eisen? Het bestaan zelf is als niets tegenover de machtige en menigvuldige wonderen van Uw onvergelijkelijk Wezen. Ver, onmetelijk ver zijt Gij verheven boven alle dingen, o Gij die de Koning der koningen zijt! Ik smeek U, bij Uzelf en bij Hen die de Manifestaties van Uw Zaak en het ochtendgloren van Uw gezag zijn, voor ons neer te schrijven hetgeen Gij voor Uw uitverkorenen hebt neergeschreven. Onthoud ons niet hetgeen Gij hebt beschikt voor Uw geliefden, die zich zodra Uw roep hen bereikte tot U hebben gehaast, en die zich toen de luister van het licht van Uw gelaat over hen werd uitgestort onmiddellijk in aanbidding hebben neergeworpen voor Uw aangezicht. Wij zijn Uw dienaren, o mijn Heer, in de greep van Uw macht. Indien Gij ons kastijdt met de kastijding toegebracht aan vroegere en latere geslachten, dan is Uw vonnis voorzeker rechtvaardig en Uw daad prijzenswaardig. Machtig zijt Gij te doen naar Uw behagen. Er is geen ander God dan Gij, de Almachtige, de Alglorierijke, de Helper in nood, de Bij-zich-bestaande.

BH04569 BH04569

Add range:
Glorie zij U, o mijn God! De eerste tekenen van de lente van Uw genade zijn verschenen en hebben Uw aarde met pril groen bedekt. De wolken van de hemel van Uw milddadigheid hebben hun regen uitgestort over deze stad, binnen wier muren Hij die ernaar verlangt Uw schepselen te redden gevangen gehouden wordt. Daardoor is de grond van deze stad met bloemen bedekt, zijn haar bomen met gebladerte bekleed en haar inwoners verblijd. Het hart van Uw geliefden kan zich echter slechts verheugen in de goddelijke lentetijd van Uw tedere barmhartigheid, die het hart nieuw leven schenkt, de ziel vernieuwt en de boom van ‘s mensen bestaan vrucht doet dragen. O mijn Heer, de plant die in het hart van Uw geliefden was ontsproten is verkwijnd. Zend vanuit de wolken van Uw geest datgene op hen neer wat het tere kruid van Uw kennis en wijsheid in hun boezem zal doen gedijen. Verblijd dan hun hart met het verkondigen van Uw Zaak en het verheerlijken van Uw oppermacht. O mijn Heer, hun ogen zijn vol verwachting op Uw milddadigheid gericht en hun gelaat is naar de horizon van Uw genade gewend. Laat hen, door Uw genade, niet van Uw gunst verstoken zijn. Door Uw soevereine kracht zijt Gij machtig over alle dingen. Geen God is er dan Gij, de Almachtige, de Hulp in gevaar, de Bij-zich-bestaande.